Nietsdoen


Het pleidooi van filosoof Fleur Jongepier in Tijdgeest, de zaterdagbijlage van Trouw, wat vaker zomaar wat te niksen, is mij uit het hart gegrepen.
Nietsdoen is het hoogste, ik weet alleen niet of het mij is gegeven, ik ben te weinig dorpsidioot, in ieder geval geen dorpsidioot als in het gedicht van Hendrik de Vries:


Ik ben de dorpsidioot,
Ik weet waaraan ze dat merken:
ieder zwoegt hier voor zijn brood,
ik alleen eet zonder werken.

 


Ik zou dit stukje kunnen uitbreiden met een verwijzing naar het De wereld gaat aan vlijt ten onder van Max Dendermonde, of Uit het leven van een nietsnut, van Joseph von Eichendorf maar ik zie er vanaf.
Ik ga de rest van de dag nietsdoen, als het me lukt tenminste.