Het verhaal achter... aflevering 25: Koning Voetbal

augustus 2013

Annie M.G. Schmidt deelde kinderen ooit op in leefkinderen en leeskinderen. Ik was een leefkind en ik leefde voor het voetbal en ik droomde ervan, later als ik groot was, mijn rood-witte GDA-tenue (vierde klas KNVB) te verruilen voor dat van Real Madrid (primera division). Ik hoefde dan ook niet meer na afloop van de wedstrijd zelf mijn schoenen te poetsen. Bij Real Madrid werd dat voor je gedaan, door een of andere Paco, had ik eens horen vertellen.
Zo ver is het niet gekomen. Ik ben geen profvoetballer geworden. Niet omdat ik niet goed kon voetballen, ik kan heel goed voetballen, nog steeds, maar ik droeg al vanaf de eerste klas lagere school een bril en voetballers met een bril bestonden niet, op Joop van Daele na, maar die telde niet mee, die speelde bij Feyenoord. Met een bril op kun je wel schrijver worden, wat weer als voordeel heeft dat je over voetbal kan schrijven en dat heb ik gedaan.
In 1999 kwam bij Zwijsen mijn eerste voetbalboek uit: Koning Voetbal, een deeltje in de serie Bizon-roze, met illustraties van Annette Fienieg.
De titel verwijst naar een mars van Willy Schootemeijer uit 1934, muziek die bij thuiswedstrijden van GDA tijdens de rust over het veld schalde en zo nu en dan live werd opgevoerd door de leden van Sint-Caecilia, het plaatselijke muziekkorps. Twee van mijn ooms speelden in het korps mee. Ome Adriaan speelde grote trom en ome Piet deksels en om afstomping te voorkomen ruilden ze af en toe van instrument.

Het boek gaat over een koning die niet mag voetballen, maar het stiekem toch doet, ’s nachts in de torenkamer, samen met het zoontje van de tuinman. De koningin komt erachter en pakt de bal af, waarop de koning in staking gaat. Uiteindelijk komt alles goed, de koning krijgt zijn eigen stadion en de hofcomponist schrijft speciaal voor de opening een vrolijk muziekje: De Mars van Koning Voetbal.
De koning heb ik Poeskas genoemd naar Ferenc Puskas, een Hongaarse voetballer, midvoor van Real Madrid eind jaren vijftig en begin jaren zestig. Het zoontje van de tuinman heet Faas, naar Faas Wilkes een van de eerste Nederlandse voetballers die voor een buitenlandse club uitkwam, Inter Milaan.
Ik heb het boek opgedragen aan Gijs, leider tevens grensrechter van UVV zaterdag 4, van het vriendenelftal waarbij ik destijds het middenveld voor mijn rekening nam.
Gijs, vader van drie voetballende zonen in het elftal en de beminnelijkheid zelve, sloeg onze wanprestaties vanaf de zijlijn hoofdschuddend gade. Eén keer was hij zo teleurgesteld in zijn jongens dat hij de vlag op de grond smeet en ons toebeet: Stelletje lummels!
De week erop speelden we als openbare boetedoening in een t-shirt met daarop in rode letters: FC Lummel. Vandaar dus de opdracht voor in het boek: Voor Gijs de Vos, elftalleider van F.C. Lummel.
Zoals de meeste Zwijsen-boeken, kreeg ook Koning Voetbal nauwelijks recensies, op die van de Nederlandse Bibliotheek Dienst na, goed voor 906 bestellingen:
‘Verfrissend idee; leuk verhaal dat vlot te lezen is voor kinderen vanaf ca. 7,5 jaar.’
Om de leeftijdsaanduiding ‘ca 7,5 jaar’ heb ik destijds hartelijk moeten lachen.

Na Koning Voetbal volgden nog twee voetbalboeken in de serie Bizon-roze: 1-0 voor buurvrouw Krul (Zwijsen 2000) en FC Knuffel  gaat nooit verloren (Zwijsen 2003).
1-0 voor buurvrouw Krul heb ik geschreven op verzoek van mijn toenmalige buurmeisje Anna, technisch begenadigd voetbalster, eerst bij Hercules en later bij Saestum, en basisspeelster in de selectie van het Nederlands meisjeselftal onder de 14.
Behalve van voetballen hield ze ook van lezen en toen ze erachter kwam dat haar buurman kinderboeken schreef kwam ze regelmatig langs om een van mijn boeken te lenen.
‘Is de bibliotheek open?’ was steevast haar openingsvraag, waarna ik haar een van mijn boeken te leen of te geef gaf. Ze las net zo snel als ze kon voetballen en al gauw had ze mijn boekenkast leeggelezen, of ik dus niet snel een nieuw boek kon schrijven. Over een meisje dat heel goed kan voetballen bijvoorbeeld. En dat is 1-0 voor buurvrouw Krul geworden.
Het boek kreeg een paar jaar geleden een tweede leven als leesleeuw, waarvoor Annette Fienieg een nieuwe omslagillustratie maakte.
FC Knuffel gaat nooit verloren is een bewerking van mijn gelijknamige verhaal voor Taptoe. Mijn neefje Erik had me op het idee voor het verhaal en later dus het boek gebracht.
Erik ging op voetbalkamp en durfde aanvankelijk zijn knuffel niet mee te nemen, bang voor mietje te worden uitgemaakt. Geheel onterecht want zo’n beetje alle jongens van hun elftal bleken hun knuffel te hebben meegenomen. Erik heb ik in het boek Rik genoemd, een voetballertje van de rksv GDA dat op een tweedaags toernooi gaat naar Utrecht, naar UVV, de club waar ik voetbalde toen ik het verhaal schreef.
Beide voetbalclubs heb ik een exemplaar gestuurd van het boek. Van GDA kreeg ik meteen een brief terug:

Koos,
Hartstikke bedankt voor het boekje FC Knuffel gaat nooit verloren, welke ik zaterdag j.l. onder ogen kreeg.
Nadat ik het eerst zelf had gelezen en al direct verder vertelde over het door jouw geschreven boekje, heb ik het maandagavond laten circuleren bij de leden van het jeugdbestuur.
Hele leuke reacties kwamen hierop (…) Niet alleen omdat er voor ons veel herkenbaars in is te vinden maar ook de manier van schrijven over knuffels. Deze hebben ook op onze jeugdkampen hun intrede gedaan.
Er is al eens een leider geweest die, nadat alles sliep, plots het grote licht aan deed om te laten zien wie er allemaal stiekem een knuffel had.’

UVV greep het boek aan om in 2004 ook daadwerkelijk een FC Knuffeltoernooi te organiseren, met alle verenigingen die in het boek voorkomen, op Voorwaarts na, die heeft geen jeugdafdeling.
GDA won de beker, net als in mijn boek. Momenteel ben ik hangende spits in het derde elftal van Sporting 70 en ben ik met mijn 60 jaar het oudste nog spelende lid. Mijn medespelers verdenken mij er elk jaar van dat ik research doe voor een nieuw voetbalboek. Misschien ga ik daar volgend seizoen eens mee beginnen. 

Koning Voetbal, Zwijsen  1999
Dit was aflevering 25 van de serie Het verhaal achter…
Volgende aflevering: Het geheim van Grijze Muis