Kunstkeet
Met ingang van 1 januari 2026 hebben we, Annette Fienieg en ik, de huur opgezegd van onze winkel en werkplaats
aan de Mayerlaan, in Utrecht.
Twintig jaar hebben we er gewerkt, winkeltje gespeeld, leesvoorstellingen en eetlezingen georganiseerd.
Met het verlaten van de Mayerlaan komt ook een einde aan Kamer 23, de literaire middagen waarop Len Borgdorff in gesprek ging met een kinder- en jeugdboekenschrijver en een schrijver voor
volwassenen.
Mooie middagen met mooie namen, van Marieke Lucas Rijneveld tot Enne Koens, en van Wim Hofman tot Ester Noami Perquin. En niet te vergeten muzikale intermezzi van o.a. Leine en Fay Lovsky.
Len Borgdorff besloot onder de naam Schrijvers op Zondag de literaire ontmoetingen een vervolg te geven. En vond onderdak in de Blauwe Zaal van de Tuindorpkerk.
De eerste editie met Thomas Heerma van Voss en Anna Woltz is inmiddels geweest, de tweede Schrijvers op Zondag volgt al op 18 januari. Auke Hulst en Erna Sassen zijn de gasten. Gaat dat
zien en horen, reserveren per mail: borgdorfflen@gmail.
Het eind van onze winkel en werkplaats aan de Mayerlaan is het begin van ons nieuwe atelier, dat we in de achtertuin hebben laten bouwen en we inmiddels De Kunstkeet hebben gedoopt. Annette gaat
er haar prenten drukken, illustreren doet ze thuis op zolder. Een verdieping lager is mijn werkkamer.
De fysieke winkel houdt dan wel op te bestaan, maar we blijven onze eigen boeken en prenten en bedrukte T-shirts online verkopen. Voor de boeken kun je terecht op mijn website terecht, voor prenten en T-shirts op die van Annette.
Zien wat van gisteren overbleef
De stapel moet niet hoger, de stapel moet dieper, en met het uitkomen van mijn roman Zien wat van gisteren
overbleef, hoop ik de stapel boeken, de oogst van ruim veertig jaar schrijven, dieper te hebben gemaakt.
De eerste reacties zijn hoopgevend, maar recensies laten nog op zich wachten, op die van Dietske Geerlings op literaire weblog Tzum na: ‘Het boek is als een kledingstuk met meerdere lagen,
waarbij het geheel meer is dan de som der delen.’
Ricco van Nierop en Frits Spits gingen op de radio met me in gesprek over het boek, in respectievelijk Het Woordenrijk en De Taalstaat. ‘Een heel mooi boek,’ was hun positieve
oordeel.
‘Het ontroert me,’ zei Frits Spits in zijn laatste reguliere uitzending van De Taalstaat, waarop ik enigszins schaapachtig maar welgemeend reageerde met: ‘Dank je wel.’
Tot oktober heb ik aan het verhaal geschaafd en over elke komma gemierenneukt en toch ontdekte ik onlangs nog een fout, op pagina 23. Wie als eerste de fout ontdekt, verdient een gratis exemplaar
van Zien wat ik van gisteren overbleef. met handtekening. In de tweede druk zal ik de fout herstellen.
Panelen
Na de herfstvakantie betrok ‘mijn’ school, inmiddels opgenomen in Kindcentrum Koos Meinderts een prachtig
nieuw gebouw op de plek van de oude school in de wijk Loosduinen, de buurt waar ik schoenmaten geleden ‘kleine kleren droeg.’
Annette Fienieg en ik waren gevraagd de kunst voor onze rekening te nemen, Annette beschilderde twaalf houten panelen, een vrolijke parade van (lezende) mensen, dieren, dingen en fantasiefiguren,
een permanente tentoonstelling verspreid door de hele school.
Ik heb uit mijn verhalen en gedichten twintig teksten verzameld over lezen en schrijven en, vanwege de ligging van de school, de zee.
Leentje van Wirdum heeft de teksten vormgegeven en af laten drukken op door haar zelf in elkaar gestoken houten wandboekjes die op allerlei op- en onopvallende hoeken door het gebouw zijn
opgehangen.
Stapelbedbroers
Zondag 23 november liep ik met broer Aad naar Den Haag Centraal, we hadden net in theater Branoul opgetreden met
Stapelbedbroers. Vijf voorstellingen hebben we in 2025 gespeeld, van Loosduinen tot Gronsveld.
En nu? vroegen we ons af. Afwachten tot een theater ons boekt of gaan we de boer op?
Dat laatste.
De voorstelling is te leuk om niet vaker te spelen.
Vormgeefster Leentje van Wirdum, daar is ze weer, heeft een wervende folder gemaakt waarmee we in 2026 hopen kleine theaters door heel Nederland over te kunnen halen om Stapelbedbroers te
programmeren.
We gaan het zien.
Koning Varken
Begin december verscheen bij uitgeverij Volt een heruitgave van Koning Varken. Het boek verscheen eerder bij Lemniscaat, toen met illustraties van Stern Nijland, Volt koos voor de illustraties van Emilio Urberuaga uit El rey cerdo, de Spaanstalige editie.
Zebedeus
In 2025 ging Zebedeus het theater in en de grens over. Eric Borrias maakte een vertelvoorstelling van
Zebedeus en het ganzenbord van Wisse, voor kinderen vanaf 6 jaar. En het boek kwam uit in het Fries en in het Taiwanees. Binnenkort volgt een Turkse en een Chinese editie.
De Taiwanese uitgave bevat een epiloog, waarvan Annette ik na lezing (in Engelse vertaling) allebei dachten: ‘Zijn we zo goed?!’ Een enkel citaat: ‘The philosophical conversations Zebedeus shares with others touch upon freedom,
happiness, choice, and memories of the past. Yet despite its depth, the book never feels heavy or abstruse. Instead, it unfolds with clarity, playfulness, and a perfect sense of balance. Each
short chapter reads like a fresh adventure. The simple text leaves space for the exquisite illustrations to breathe, making the reading experience both light and joyful. The story’s ending is
especially moving: “Zebedeus looked at all that was beautiful around him. He had neither won nor lost—he had simply played a game.”
Hoe nu verder?
Tja, hoe nu verder in 2026? Met welk boek hoop ik de stapel nog dieper te maken. Met een novelette over een leren
jas, een mythisch verhaal over een slapend kind (ooit aan begonnen, nooit afgemaakt) een bewerking van een Oost-Europees sprookje (De vorst van het winterwoud), een prentenboek over de
kunst van het loslaten (werktitel: Het huis van bewaring)? Een dichtbundel (Geluk is van glas)?
Wat het gaat worden?
De tijd zal het leren.
(En het kind heet Johanna, ik hoor het mijn moeder zeggen.)















