Week van de poëzie (2)


Ik had een oma en een opoe, opoe hoorde bij mijn moeder en woonde bij ons in de straat, een paar huizen verderop.
Op enig moment ging ze naar een verpleeghuis, waar ze spoedig zou sterven.

Ik had met haar en mijn moeder te doen en schreef een gedicht dat mijn moeder nog jarenlang heeft bewaard in het doosje met Douwe Egbertszegels.
Opgetekend uit mijn herinnering luidt het slot als volgt: Een auto, nu nog een rode,/ brengt haar weg./Een van de zusters/och, ze zijn wel aardig/ geeft haar de telefoon/het aantal wachtenden voor u/is nog… vier.
Jaren later verhuisde mijn schoonmoeder, inmiddels
weduwe naar háár laatste adres.
Ook met haar had ik te doen en ook toen schreef ik een gedicht.

 

Zoals een jas niet langer om de schouders past

en voorgoed wordt opgeborgen in de kast

zo gaat op een dag het huis niet langer mee

Berekend als de woning was op twee.

 

Wat aan spullen is vergaard

in al die jaren bij elkaar gespaard

gaat zwaar van weemoed een voor een

behoedzaam door haar handen heen.

 

Wat kan wel en wat nog niet gemist

wat verdwijnt in welke doos of kist

Het huis is leeg, ze houdt zich groot

wie verhuist gaat ook een beetje dood.

 

Uit: Voor altijd vandaag

Met sjabloondrukken van Annette Fienieg

Hoogland & Van klaveren 2022

Te koop in de winkel, of rechtstreeks hier bij mij te bestellen.

Met handtekening, ook van Annette Fienieg