Ik had een oma en een opoe, opoe hoorde bij mijn moeder en woonde bij ons in de straat, een paar huizen verderop.
Op enig moment ging ze naar een verpleeghuis, waar ze spoedig zou sterven.
Ik had met haar en mijn moeder te doen en schreef een gedicht dat mijn moeder nog jarenlang heeft bewaard in het
doosje met Douwe Egbertszegels.
Opgetekend uit mijn herinnering luidt het slot als volgt: Een auto, nu nog een rode,/ brengt haar weg./Een van de zusters/och, ze zijn wel aardig/ geeft haar de telefoon/het aantal wachtenden
voor u/is nog… vier.
Jaren later verhuisde mijn schoonmoeder, inmiddels weduwe naar háár laatste
adres.
Ook met haar had ik te doen en ook toen schreef ik een gedicht.
Zoals een jas niet langer om de schouders past
en voorgoed wordt opgeborgen in de kast
zo gaat op een dag het huis niet langer mee
Berekend als de woning was op twee.
Wat aan spullen is vergaard
in al die jaren bij elkaar gespaard
gaat zwaar van weemoed een voor een
behoedzaam door haar handen heen.
Wat kan wel en wat nog niet gemist
wat verdwijnt in welke doos of kist
Het huis is leeg, ze houdt zich groot
wie verhuist gaat ook een beetje dood.
Uit: Voor altijd vandaag
Met sjabloondrukken van Annette Fienieg
Hoogland & Van klaveren 2022
Te koop in de winkel, of rechtstreeks hier bij mij te bestellen.
Met handtekening, ook van Annette Fienieg
