Op 25 augustus 1926 viel Jan Batist op 14 jarige leeftijd op de tuin van de familie Lans in Loosduinen uit een in
aanbouw zijnde schoorsteenpijp van ruim twintig meter naar beneden.
Hij was op slag dood.
Jan was de oudere broer van mijn moeder.
Het verhaal ging dat hij in de schoorsteenpijp was geklommen om te kijken of je daarboven over de duinen de zee kon zien. Het verhaal heeft me nooit los gelaten. Net zo min als de vraag of Jan
voor hij viel de zee heeft gezien.
Ik schreef er een roman over De zee zien en een kort verhaal Dag opoe. Maar het begon met een gedicht Eigen Hulp, als elfde deeltje uit de Eenheden-reeks, in een oplage van
90 en XXV exemplaren. Het was mijn officiële debuut als dichter, in 1986.
Bij het samenstellen van Voor altijd vandaag besloot ik mijn eersteling in de bundel op te nemen. Annette Fienieg zocht er een passende sjabloondruk bij.
Eigen Hulp
Voor straf
of uit mezelf naar bed
het uitzicht bleef hetzelfde,
de schoorsteenpijp van Eigen Hulp
die moeders jongste broer beklom
om de zee te kunnen zien.
In het geheime zaklamplicht
beklom ik voor haar aangezicht
mijn schoorsteenpijp van Eigen Hulp
en bad vroom het Weesgegroet.
Op het hoogste punt
sloeg de bliksem in mijn bloed.
Moeders jongste broer
hij heeft de zee gezien.
Uit: Voor altijd vandaag, Hoogland & Van Klaveren, 2022
Sjabloondruk Annette Fienieg
De zee zien verscheen bij uitgeverij De Fontein en is niet meer leverbaar.
Het verhaal Dag Opoe is opgenomen in Het Grote Rijksmuseum voorleesboek, een uitgave van Rubinstein.
