Week van de poëzie (4)


Ik sliep niet meer, maar was ook nog niet wakker, een hallucinerende toestand waarin ik een man op een fiets zag wegrijden. Het woord dodemansrit schoot me te binnen, de titel van een nog te schrijven gedicht.
De man op de fiets was mijn allang overleden vader en fietst steeds verder weg van mij weg. Soms haal ik hem dichterbij, in Zien wat van gisteren overbleef bijvoorbeeld, of in Blessuretijd, een gedicht waarin hij langs  het voetbalveld van GDA naar mij staat te kijken, wat overigens zelden gebeurde, hij was altijd aan het werk.

We speelden thuis, tegen VVP
ik was zestien en had een schaar in huis
geleend van Pietje Keizer
maar ik deed hem dan op rechts.

Twee keer drie kwartier
niet denken aan de dood
tot ik opeens mijn vader zag
zijn zieke lichaam langs de lijn.

Scheef hing mijn vader in zijn lijf
een haastig opgehangen jas.
De wedstrijd een kwartiertje oud
en alles ademde de dood.

 

De kerk, het klooster, de groenteveiling,
waar het veld van GDA toen lag
De scheidsrechter in zwart
en het laatste fluitsignaal.

 

VVP won nipt in blessuretijd
het veld weer aan de meeuwen.


Uit: Voor altijd vandaag
Met sjabloondrukken van Annette Fienieg
Hoogland & Van klaveren 2022

 


Naschrift: GDA staat voor de  Rooms-katholieke voetbalvereniging Gabriël dell’ Addolorata,  VVP voor Voetbal Vereniging Pancratius, ook Rooms, en door tegenstanders Vullis Van Pastoor genoemd.